Grenstentje – onderzoeksresultaten

Grenstentje was een onderzoek naar aanleiding van het vluchtelingenprobleem en de confrontatie met mijn grens. Ik had het gevoel dat ik iets moest doen, dat ik een vluchteling op moest nemen in mijn leven.vluchtelingen ribbonVier weekenden zat ik ‘s middags van 13:00 tot 17:00 in een geïmproviseerde tent in Galerie Kunstliefde op de kwestie te broeden. Ziehier mijn conclusie.

‘Dat kunnen ze ook niet van je vragen, dat je ze in huis neemt…’

Het was meteen al op de opening, dat iemand dit tegen me zei.

Hè? dacht ik. Niemand had het mij ook gevraagd. Ik kwelde mezelf met een eis die niemand stelde.

Grenshoofd; mijn hoofd omwikkeld met de rood-witte, gevingerbreide grens

De selectiecommissie had vooraf te kennen gegeven dat ze de tent liever zagen zonder dat gebreide/gepunnikte koord. Het voegde niets toe. Ik dacht dat ze het misschien een tè lullig handwerkje vonden. Dat was tenminste mijn bedoeling.  Nederland haalde toch ook zijn grenzen niet weg? Waren ze gek geworden?

Vrij snel leerde ik dat niemand mijn grens zou overschrijden. Iedereen accepteerde zonder meer de rood-witte cirkel die ik om mijn tent getrokken had.

Maar in plaats van dat de grens mensen op afstand hield, bleek het een plek waar ik anderen ontmoette. Het deed me goed om mijn probleem te delen. De reacties waren positiever en gematigder dan ik verwacht had. Ik ging steeds beter luisteren, zonder een mening te geven. Daardoor hoorde ik nieuwe dingen. Terwijl een mening al snel een andere mening oproept, kreeg ik nu genuanceerde reacties en kwamen we op zijsporen terecht.

Schets: praten aan de grens

Uitspraken van bezoekers galmden na.

‘Mensen willen oplossingen…’ De politiek zegt: vluchtelingen zijn een probleem. Mensen willen oplossingen.

Het leek of hij iets ingewikkelds doorprikte, door het eenvoudig te zeggen.

‘Op een gegeven moment zag ik geen kleur meer….’

Ik maakte het daarna één keer mee. Ik zag een jongen en een meisje aankomen, het viel me meteen op hoe jong ze waren. Ze namen een foto van mijn papier met informatie waar ook het blog-adres op stond, en zeiden gedag terwijl ze verder liepen. Toen pas, toen ik hun ruggen al weer zag, gaf ik me rekenschap van hun huidskleur. Het kan dus. Ik wil daar veel beter in worden.

‘Ik moet een reden hebben om over die grens te gaan. En die reden heb ik niet…’

Dat voelde als een afwijzing.  Het getuigt van mijn ambivalentie. In contact moet ik alle grenzen laten varen, dat idee vliegt mij naar de keel. Daarom was het ook een geruststelling.

Grensdeeltje

Ik begon met mijn grens te schuiven, maakte hem groter, kleiner, half open. De grens begon mij in de weg te zitten, ik werd er ongemakkelijk onder. Ik was toe aan les twee over Grens.

‘What is the meaning of the barbed wire…?’

‘To make it provocative…’

Een grens roept spanning op. Een grens triggert en houdt op afstand tegelijk.

Grenshoofd in de zon tegen de blauwe lucht

De vraag: heeft het zin? drong zich op aan mij.
Gelukkig hebben een paar bezoekers mij nagegeven dat het zin had.

Ik zal in het vervolg duidelijker aangeven wat ik wil en niet wil, grensjes. De grote grens van niet binnenkomen zou ik dan weg kunnen laten, commissie.

Ik zou mezelf niet moeten kwellen met eisen die niemand stelt.

Grens-strik

En nu begint het weer van voren af aan. Met het mooie weer komen vluchtelingen weer binnendroppelen. Sommige mensen zeggen: je kunt niet het leed van de hele wereld op je nemen, en sommigen gebruiken het als excuus.

Over Grenstentje

Er zijn mensen op reis uit gruwelijke omstandigheden, om in ons land een toevlucht te vinden. Ze staan te trappelen voor de grenzen. Ik vind dat we ze binnen moeten laten. Maar de regering bepaalt. Die moet het werkbaar maken, en laat een selecte groep binnen.

Thuis ben ik de regering. Er woont geen vluchteling bij mij in huis. Dat is mijn probleem. Ik laat vluchtelingen buiten in de vrieskou staan, mannen, vrouwen en zelfs kinderen. Ik zou niet weten hoe ik het uit moest houden met een of meer vluchtelingen in huis. Ik vind het al moeilijk als een vriendin bij mij logeert.

Ik zou me de hele tijd bekeken en bekritiseerd voelen en niet mijn eigen ruimte weten in te nemen.

Ik ben bang dat ze me tot de rand toe vullen met hun verhalen. Ik ben bang dat ze willen dat ik dingen voor ze doe die ik niet kan. Ik ben bang dat er geen tijd over blijft voor mij. Ik ben bang dat ze me stom vinden.

Daarom heb ik mijn onderzoek gericht op mijn grens, omdat het makkelijk is om iets te vinden, maar moeilijk is om iets te doen.

Dit was Grenstentje tijdens de opening. Foto’s: Henriëtte Santing

Dag 8 – laatste

“I ‘m amazingly drawn to you…”  komt met uitgestoken hand op me af.

Het is mijn tweede dag zonder grens.

“Calais is a jungle.
I live in Holland. I thought: why do they want to go to England???? Whats’s in England???”

Ze waren op zoek naar een filmlocatie en kwamen hier terecht.

‘The camera is the painting.’

Ze kijken samen, de man en het meisje, naar de camera, alsof ze een naakte vrouw zien die voor prikkeldraad staat, in olieverf.

‘Can you speak up?’ zegt de cameraman. ‘You’re not disturbing anyone.’

‘What’s the symbolism of the barbed wire?’

‘To make it provocative’

Tekeningetje grens

“Waarom is het kussen gebreid?” doelend op het gast-kussen (dat er onbezeten bij ligt).

Een waarom-vraag heeft altijd iets van een aanval.

Omdat de grens ook gebreid is. Ik weet het eigenlijk niet meer.

“Waarom is de grens gebreid?”

Om een grens iets kneuterigs te geven. O ja.

Jongeren zeggen gewoon: “Cool tentje, cool kussen.”

Het van alle kanten kussen

“Er was wel een werk dat ik in het thema in had kunnen passen,” zegt een collega,” maar het is zo actueel, veel kunstenaars suggereren toch iets met grens en vluchtelingen. Je moet toch echt wel een stap zetten.”

Ja, dat dacht ik ook. Daarom zit ik hier.

“Het lijkt wel of u boete zit te doen.”

Dat is ook zo.

“Dus u hebt een probleem. Ik heb hetzelfde dilemma.

Mijn vrouw zei: Je zit ook maar in je atelier. Doe dan verdomme wat.
Iemand heeft voor mij een oproep geplaatst op Facebook, want zelf heb ik dat niet, ik loop wat jaren achter op het digitale vlak, en binnen een half uur had ik reactie. Nu komen er elke week twee Syriërs op mijn atelier om de taal te leren. Wij praten met elkaar, twee uur lang.”

Ik heb ook zoiets gedaan, ik heb me als vrijwilliger aangemeld bij Vluchtelingenwerk en nu help ik in een klas bij Nederlandse Taalles.
Durft u dingen te vragen? Ik weet niet wat ze hebben meegemaakt. Het is misschien te pijnlijk.

Hij heeft een persoonlijk contact, ontvangt ze thuis, vertelt ook over zichzelf. Hij heeft gevraagd hoe ze hier gekomen zijn.

“Wij kunnen niet veel doen. De regering moet toch stappen ondernemen.”

Ik opper weer dat de media de reacties van Nederlanders te negatief belicht. Hij komt met Drenthe op de proppen.

“De staatssecretaris werd bijna aangevallen door de bewoners, omdat er duizend asielzoekers in het plaatsje moesten worden opgevangen. Hij kon nog net op tijd in zijn auto vluchten.”

Je schaamt je toch dood.

“Het aantal asielzoekers zou even groot zijn als het aantal inwoners. Die mensen vonden dat teveel. Ze zeiden: laten grote steden ze opvangen, die zijn er aan gewend, daar zijn veel meer voorzieningen.”

Ik zou denken: in Drenthe is meer ruimte. Lees verder

Dag 7

Ik heb mijn grens opgeheven. Hij ligt een eindje verderop, met het kussentje.

uitzicht op het verre eiland
De eerste twee uur komt er niemand de galerie in. Ik lig op mijn rug te soezen.

Dan bewonderen een man en een vrouw heel lang de werken naast de tent. Ze bespreken de technieken, en kijken alleen fronsend naar het lege land met het kussen.

Schets van het land met het kussen
Ik denk dat ik het buurland weer weg haal. Het stoort, mensen snappen het niet. Ze durven er niet in te gaan staan, ik schaam me dat ik de ruimte in beslag neem.

Grens opgerold

Grens opgerold

Eindelijk het eerste contact. Hij weet niet dat het thema van de tentoonstelling Grens is. Komt erachter bij mijn tent.

“Ik heb makkelijk praten. Maar voor mensen die arm zijn, en er gaat veel geld naar vluchtelingen, dat is natuurlijk wel moeilijk. ”

Maar wie zegt dat dat precies het geld is, dat zij anders zouden krijgen?

“Het conflict moet daar opgelost worden, hè?”

Ja, maar dat kan niemand.

Tekeningetje grens

Zonder grens voelt het ontspannener.
Ineens wel zes mensen tegelijk. De mannen van het gezelschap spreken me aan, ik vertel waarom ik hier zit. De vrouwen zeggen gedag. Ik denk dat ik een barrière heb weggehaald. De grens was een spanningsbron.

Tekeningetje grens

Hij komt uit Italië en is een paar maanden in Utrecht voor zijn studie medicijnen.
“In Lampedusa komen ook vluchtelingen aan land. Het wordt gezien als een Italiaans probleem, i.p.v. het probleem van de mensen die op de vlucht zijn. ”

Dat is hier ook zo, wij hebben er een probleem mee dat die vluchtelingen allemaal naar binnen willen, en gaan voorbij aan hun probleem dat ze geen plek, geen dak hebben, alles en iedereen hebben moeten achterlaten, en zich onveilig voelen.

Vrienden van hem gaan naar crisisgebieden om te helpen. Als hij eenmaal arts is wil hij dat ook.
Hij waardeert het dat kunstenaars in Utrecht zich druk maken om mensen die zich zo ver buiten hun grenzen bevinden.

Het lijkt dichtbij. Als arts heb je de capaciteiten om iets te doen. Ik heb die niet.

“Wel waar, want als kunstenaar doe je dit. Op verschillende manieren, vanuit verschillende invalshoeken gaan we ermee om en helpen we. ”

Hulp van alle kanten

Dag 6

De suppoost had zich vorig jaar naar aanleiding van de vluchtelingen als vrijwilliger gemeld bij het Rode Kruis. Maar er waren teveel vrijwilligers. En hoewel ze oproepbaar bleef, hadden ze haar nog steeds niet nodig.

Ik kan optimistischer zijn. Veel mensen willen iets doen net als ik, maar het KOA, de regering, ze willen het zelf organiseren en hebben geen boodschap aan spontane acties. Misschien geven de media en politiek wel een verkeerd beeld van de mening van het Nederlandse volk, alsof iedereen bang is voor vluchtelingen, en tegen is.

Het is echt rustig vandaag. Bezoekers durven niet eens aan mijn kant van de zaal te komen. Bovenaan de trap laten ze hun blik rondgaan en lopen snel weer naar beneden.


Ik heb van de rust maar gebruik gemaakt om de tent om te bouwen. Hij is nu aan de achterkant open.

Tent met gast-kussen

“Het beste ermee.”

Schrikt het tweede kussentje af? Alsof ze op consult moeten? Ik kan er zelf op gaan zitten. Mijn eigen kussentje is inmiddels ingedeukt tot bijna het niveau van de vloer. Het is gevuld met verpakkingskorrels.

Het tweede kussen, rood met wit, gebreid

Ik zoek met mijn mobiel op internet:  hoe maak ik contact?
Jezelf zijn; aandacht voor de ander hebben; geïnteresseerd zijn, mensen praten graag over zichzelf; niet navelstaren. Niemand voelt zich op zijn gemak tussen onbekenden.

Ik berg mijn blocnote weg. Ik zeg gedag. Dat doen zij ook, vervolgens lopen ze om de tent heen zonder mijn informatie te lezen en kijken me niet meer aan.

Ik haal het opvallende kussen weg en de grens dichter naar me toe. ik heb niet eens de moeite genomen de grens aan de achterkant te sluiten.

De open achterkant van de tent

Komt het door de zomertijd?

Het is in ieder geval niet moeilijk om in een tentje te zitten dat aan de achterkant open is.

Grensdeeltje

Veel bezoekers tonen interesse voor nr 64 dat naast de tent hangt. Het is een klein werk, misschien wel het kleinste op de tentoonstelling. De kunstenaar heeft met een naaimachine lijnen in papier gestikt, in rechte en zig-zag steek.
Ik voel me tekort schieten als ik met niemand spreek. Moet ik dan als een roofdier de prooi mijn hol binnen slepen?

Ik heb mijn informatie naar de voorkant van de tent verlegd, maar dat helpt ook niet. Ik leg het links achter, zodat men de gelegenheid krijgt het compleet stiekem te lezen.

Grensdeeltje
“Dat is eng hoor, zo’n mevrouw in een tent.”

Ik opper dat mensen veel positiever tegenover vluchtelingen staan dan ik dacht. Maar zij betwijfeld dat.

“Ze krijgen veel sneller een huis, en dan komen mensen in opstand. Zij wel, ik niet!”

Een paar dagen later lees ik het verhaal van een vluchtelinge van twintig die zeventien jaar van haar leven in asielzoekerscentra heeft doorgebracht (bron:UAF).

“Het is moeilijk één mening te hebben.”

Je hoeft niet één mening te hebben. Je hoeft misschien niet eens een mening te hebben. Alleen erover kunnen praten.

Grensdeeltje
Ik heb bewondering voor journalisten. Om mensen te benaderen moet je heel actief te werk gaan. Je moet durven onbekenden aan te spreken, meningen los te peuteren. Ik vond ze agressief of sensatiebelust. Maar zij praten met mensen, en brengen kwesties onder de aandacht.

Grensdeeltje

Ik had ook een bootje kunnen vouwen, een grote papieren boot, waar mensen iets in mogen gooien, wensen, meningen op een papiertje, zonder dat ik erbij ben.

Papieren boot met mensen

16:55 uur

“Zit u hier de hele middag al?”

Ja, en gisteren ook.

“Ik geef u een 10 voor durf.
Esthetisch is het minder… ”

Het hoeft niet mooi te zijn.
Eigenlijk vind ik hem wel mooi. Het was een uitdaging om er geen materiaal voor te kopen. Ik vind krakkemikkig mooi, iedereen kan een tentje in elkaar schroeven, het is niet meer dan dat, dat vind ik mooi. Daar zit openheid in. Met mij hoeven ze geen gesprek over techniek aan te gaan.
De tent is een haveloos lichaam, dat zich staande  houdt en zichzelf is.

Open tent

Veel mensen zeggen dat ik het mezelf moeilijk maak. Nee, ik ken niet echt het joie de vivre. Ik zit hier mijn schuldgevoelens af te kopen, een penitentie. Niet omdat vier uur opgevouwen in een tentje moeilijk is, ik spring er net zo makkelijk weer uit. Wel om vier uur tussen de bezoekers te zitten. Als ik thuis kom, doe ik de gordijnen dicht en ga in quarantaine.

Grensdeeltje

“Jij hebt toch ook zoiets gedaan?”

“Oh ja… . Ik was gescheiden, mijn vrouw destijds was verliefd geworden op iemand anders. Ze stelde voor een huis te kopen, het had een voor- en een achterhuis, zoals je ook wel hebt bij panden aan de Oudegracht. Zij zou met haar vriend in het ene deel wonen en ik met de kinderen in het andere.
Ik hield nog van mijn vrouw, dus ik wilde dat wel, en ik wilde contact houden met mijn kinderen, dus ik vond het geen slecht idee, maar ik moest er toch over denken.

Ik ben naar Engeland gegaan,  naar Dartmoor, dat is een gebergte in het Zuiden van Engeland, niet hoog, ongeveer … meter. Overdag ging ik wandelen, daarna ging ik naar een bar, een pint drinken en wat eten, en weer drinken, en ‘s nachts sliep ik op de achterbank van mijn auto. ”

Hij was tot de conclusie gekomen dat hij het niet moest doen, met zijn ex en haar vriend in één huis wonen, want bijvoorbeeld: haar vriend had geen rooie cent. Hij wel, daarvoor had zij hem natuurlijk nodig. Over grenzen. Hij moest een grens trekken.

“Vijf jaar later was het uit met haar vriend, toen wilde ze mij weer terug. Maar ik had inmiddels Joan ontmoet. Zij woonde destijds in Amerika, ze had haar werk daar, en was er nog niet aan toe hierheen te komen. Maar later is ze wel gekomen.” Hij wees naar haar.

Joan en zijn ex konden het goed met elkaar vinden. Hij hielp zijn ex wel eens, met geld. Maar hij moest ook weer een grens trekken, hij wilde haar wel geld geven, maar hij zei ook: het is niet vanzelfsprekend.

“Dus toen heb ik een huis gekocht, en voor haar heb ik een ander huis gekocht. Ik was toch bang dat sommige verhoudingen, bijvoorbeeld dat hij geen geld had en ik wel, nu wel liepen, maar in de toekomst voor spanningen konden zorgen.” Hij vertelde het heel precies, als een verslag voor mij.

Dag 5

Vooraf heb ik hardgelopen en koud gedoucht, waardoor ik ontspannen aan mijn opdracht begin. Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik hier toch voornamelijk voor de vluchtelingen zit, maar juist vandaag gaat het vooral over mij achter mijn grens.

De eerste bezoeker fotografeert alle kunstwerken om me heen en loopt mij straal voorbij.

De tweede is een kind dat mij als eerste ziet. Ze schiet in de lach. Dan komt haar vader. Ze vragen of ik erbij hoor. Prijs: nader overeen te komen, lezen ze op wat achter nr 68 op de lijst staat. Het kind kijkt naar haar vader, ze stemt zich af op hem. Als hij genoegen neemt met geen verdere informatie, doet zij het ook.
Later komt de moeder. De moeder zegt beleefd gedag.

Grensdeeltje

Bij aankomst had ik mijn grens verlegd en mijn gebied weer iets vergroot. Ik ben steken aan het opzetten voor het overtrek van een tweede kussen, het kussen voor de gast.

De jonge suppoost heeft muziek opgezet en ik ben verrast over haar voorkeur: live Jazz.

Van een tentje wist ze niets, maar daar was ik nu op voorbereid, dus heb ik er iets over verteld. De suppoost heeft invloed op de tentoonstelling.

Vandaag krijg ik moeilijk contact. Moet ik mijn gebied juist kleiner maken? Dan doe ik dat maar weer.

Grensdeeltje
“Binnenkort komt er in Kunstliefde een tentoonstelling met als thema geëngageerde kunst,” zegt een collega.

Mijn tent is ook geëngageerde kunst, kom ik ter plekke tot de conclusie.

“Dit is allemààl geëngageerde kunst.” Ze maakt een gebaar om zich heen naar al het werk op de tentoonstelling.

Omdat het thema Grens is, wil dat nog niet zeggen dat het werk geëngageerd is.

Grensdeeltje

Er zijn al twee uur voorbij. Misschien omdat ik zit te breien, krijg ik nauwelijks een gesprek, ze denken: die vermaakt zichzelf wel?

Grensdeeltje
Ze leest mijn informatie. Ik voeg toe: ik zit hier naar aanleiding van de vluchtelingen, omdat ze er niet in  mogen.

“Ik ben het er wel mee eens. ”

O ja?

“Ik denk dat er veel haat is onder de mensen.”

Ja?

“Een vluchteling wil ik wel binnenlaten, ik denk dat iedereen wel een vluchteling binnen wil laten, maar er zitten zoveel slechten tussen, hè.”

Grensdeeltje
“Je mag geen vuur maken hier hoor, want dat is allemaal hout.” Een man met een scarabee in zijn oor.

Ik lach.

Aan de andere kant van de tent aangekomen, leest hij mijn informatie.

“Ik heb ook een klein huis. Ik ken wel mensen die veel grotere huizen hebben. Die zouden eens iets kunnen doen.

We zijn te snel gegroeid.” Hij wist het aantal te noemen waarmee we zijn. “De natuur is beter af zonder de mensheid.”

Horen wij ook niet bij de natuur?

“Niet meer. We zijn te snel ontwikkeld. De sociale intelligentie is achtergebleven.
Mensen hebben te veel geld, ze zijn alleen maar bezig met materiële dingen, hebben, hebben, hebben. Het kan ze niet schelen dat de aarde kapot gaat. Ze denken niet aan de toekomst, het is: na mij de zondvloed.”

Maar ze hebben toch kinderen?

“Ik heb geen kinderen. Ik begrijp niet hoe je kinderen op deze wereld kunt zetten. Ik heb niet veel op met de mensheid, dat heb je misschien al gemerkt. Maar ik geniet van het leven. Ik ga zo nog even naar Amelisweerd.”

Grensdeeltje
“Ik ben tegen grenzen. We zouden alle grenzen op moeten heffen. Dat hebben ze uitgezocht, hè. Het zou niets uitmaken, mensen blijven graag op hun plek. Grenzen zijn heel duur, het zou € .. schelen.” Hij noemde een bedrag.

Ik heb erop gegoogled. Voor wie er ook iets over wil lezen, heb ik het volgende artikel gevonden:
https://decorrespondent.nl/11/waarom-we-alle-grenzen-moeten-openzetten/422895-d885c70a

gestrekte arm
“Als iemand een andere kleur heeft, maken we de afstand groter.” Hij strekt zijn arm naar voren.

“Ik merk dat ik ook verschil maak tussen aardige en niet aardige mensen.”

Maar je hoeft toch niet om te gaan met mensen die je niet aardig vindt?

“Ja hoor.”

Grensdeeltje
“Mag ik erin dan?” vraagt hij na mijn inleiding.

Ja!

Hij stapt de grens over, twee reuzenbenen waar ik tegenaan kijk, en ik bots met mijn hoofd tegen het plafond, hef de tent mee op als ik haastig opsta om voor hem mijn gebied weer uit te breiden. Ik leg mijn kussen voor hem neer, het nog kale binnenkussen.

Maar hij zegt: “Ik moet nu verder, Ik wil nog naar de plantenmarkt.”

Grensdeeltje
Ik vraag me af of bezoekers naar de tent toe komen op de dagen dat ik er niet ben.

“Je zou hem een beetje dicht moeten doen, en dan iets erin waar geluid uit komt.”

Ha, de mensen nieuwsgierig maken!

“En dan zou je hier een camera op moeten hangen.”

Grensdeeltje
De suppoost had last van het gezoem van de lampen. De Jazz cd was de enige die het deed.

Ook dag 4 – mensen willen oplossingen

Bij interviews op TV leek het of arme Nederlanders de PVV-stemmers waren. Misschien is het verschil tussen arm en rijk het probleem. Zijn vreemdelingen de zondebok?

“Het wordt van humanitair probleem tot een politiek probleem gemaakt. Rechts zegt: de vluchtelingen zijn een probleem.

Mensen die geen huis of geen baan kunnen vinden, denken: ja inderdaad, de vluchtelingen pikken ze in.
Rechts geeft ook een oplossing: we laten ze er niet in; we gooien ze eruit.”

Mensen hebben problemen. Ze willen een oplossing. Zit wat in.

“Links komt niet met oplossingen, ja…  een windmolenpark.”

Grensdeeltje

“Wat zou jij willen? Wat voor oplossing zou je willen?”

Ik zou willen dat we vluchtelingen helpen. Want ze moeten geholpen worden. En dat we daarover praten, zoeken naar hoe we dat kunnen doen. Dat het erom gaat hoe, niet of.

Niet wij, de vluchtelingen hebben een probleem. Hoe kunnen we dat oplossen?

Er komt altijd wel een oplossing, zegt men als ik geen baan meer heb en geen geld. ‘Er komt altijd wel weer een oplossing.’ Maar is dat wel zo?

Vanuiit de kajuit

“Ik heb een hekel aan landsgrenzen, elke koe zijn eigen wei. Maar er zijn wel grenzen, psychische grenzen.

Ze zijn over de grens. Maar dan begint het pas: trauma’s; waar je tegenaan loopt. Je neemt altijd jezelf mee.”

Grensdeeltje

Oude dame, ziet er mooi uit, sjiek, komt net van een film in ‘t Hoogt over een vluchtelingenkamp: kinderen die speelden, twinkelende oogjes, de zon scheen. Niet dat ze dat nou wilde ophemelen, maar ze was er vrolijk van geworden.

“Het is heel complex.
Niet dat ik iets heb tegen een kleurtje. Ik heb zelf een zoon met een kleurtje, en één met psychiatrische problematiek, dus dat ben ik allang voorbij. Ik mag graag door de stad lopen, al die diversiteit, en ik vind ze  vaak mooi, dus dat is ook meegenomen. Van mij mogen ze binnen komen hoor, ik hou wel van diverse pluimage.”

Een heel energiek iemand. Ik hoor mezelf ook heel energiek gedag roepen als ze gaat.

Dag 4 – begin

Ik heb een breiwerk meegenomen, om een kussentje erbij te breien, maar nu mis ik een pen. Met één pen kun je niet breien.

Ik hoor hoe beneden iemand groet, en wacht tot de voetstappen de trap op komen.

Vandaag wil ik me minder aantrekken van de bezoekers en het initiatief aan hun laten.

Steeds opnieuw moet ik verantwoorden waarom ik hier zit.

Grensdeeltje

De voetstappen zijn verstomd.

Heeft het zin? Zat ik niet liever met een tentje in de middle of nowhere? In de natuur? Met net zo weinig spullen als nu? Had dat niet net zoveel zin?

De suppoost van vandaag wijst de bezoekers op het thema en zegt dat er boven een performance is.

Een paar jaar geleden zag ik een performance. Een man ging op een moeilijke plek liggen, op een stang vlak onder het plafond van een werfkelder. Wat had dat dan voor zin? Ik heb hem opgezocht: André Pielage. Bijzondere kunstenaar, daar gaat het niet om.

Mensen bevragen me waarom ik hier zit.

Ik verbeeld een thema. Ik ben het thema.

De stappen zijn er weer. En nieuwe stemmen. Ze komen naar boven!

Als ze de trap op geklommen zijn, duurt het nog lang voor ze bij mij aankomen.

Het is heet in de tent, warmer dan gisteren. Ik ben de mensen moe.

“Wie weet kun je na afloop de Europese Unie adviseren: grenzen open, grenzen dicht…”

De man heeft mijn grens verbogen tot de vorm van een boot. Nu zit ik in een kajuitje. Hij suggereert een zwemvest erbij aan te trekken.

Grens in de vorm van een boot

“Hoe is het fysiek om hier te zitten, of mag je er ook wel eens uit? Gaat u wel eens liggen?”

Mensen denken dat ik een vluchteling verbeeld, maar dat is niet zo. Ik ben de tent. De tent is een uitbreiding van mijn lichaam.

“In Afrika, waar nu honger heerst, zien die tenten er ook zo uit. Lompen, en niets erin.”

Dat is alles wat die mensen hebben, beschutting tegen de felle zon.

Grensdeeltje

Een tentje in het Spanderswoud. Ik heb altijd al in een tentje in het bos willen wonen, altijd sinds mijn achtste, als Djaidin, de Indonesische jongen uit een boek. Als ik op een dag weg ben, heb ik me gesetteld in een tentje.

Misschien kan ik straks mijn huur niet meer betalen. Dan moet ik wel in een tent.

Dag 3

Het is of ik uit logeren ga. Wat neem ik mee? Neem ik mijn laptop mee, een boek? Uiteindelijk besluit ik laptop en boek niet, het is teveel ballast.

Als ik mijn tentje terugzie, ziet het er best gezellig uit, mijn shelter in de tentoonstelling. Het zal wel stil worden, want het is regenachtig.

Ik had nog snel een tweede kussentje willen maken vanmorgen. Maar het viel te groot uit en ik had niet genoeg vulling.

Mensen komen binnen, diep in hun gesprek gewikkeld. Ik kan ze niet verstaan. Misschien gaat het over de tentoonstelling, misschien niet.

Het is toch warm in de tent.

Shelter in de tentoonstelling

Ze vinden me eng, lezen mijn informatie niet. Hij kijkt om, maar als ik mijn mond open doe om iets te zeggen, kijkt hij gauw weer voor zich. Misschien moet ik dieper in mijn tent kruipen.

Ik mis de energie van de opening. Het meisje dat vandaag suppoost is, weet niets van mijn tentje. Dat ik haar thee geeft, waardeert ze, maar ze zit met oortelefoontjes in haar laptop verdiept.

Ik onderzoek de mogelijkheden om mijn tentje om te bouwen. Het is maar een kleine verandering: de achterkant naar de zijkant verplaatsen en een daklat omzetten. De tent wordt dan langer, een tunneltje, het is om een tweede gast te ontvangen. Misschien heb ik meer doek nodig, maar zéker een 2e kussentje.

tunnel-tentje

Dan ga ik na welke grenzen ik al tegengekomen ben in mijn leven.

  • Toen ik met de fiets die berg niet op kon in Spanje. Moest ik helemaal omrijden en een andere overnachtingsplaats zoeken.
  • De grens van de dood.
  • De grens van met mensen om kunnen gaan.
  • Dat ik een simpel baantje als sorteren op cijfers niet kon, en in mijn proeftijd alweer ontslagen werd.
  • De grens van het geld. Als je er niet meer genoeg van hebt.

Ik weet niet hoe ik het gesprek moet openen. Misschien moet ik maar gaan ombouwen, in beweging komen.

Grensdeeltje

“Ze kunnen het zich niet voorstellen. Geen empatisch vermogen.”

Kunnen ze het niet? Of willen ze het niet?

Als er vrienden komen is dat weer op een andere manier ingewikkeld. We praten ook bij, hoe gaat het met jou? Mag dat wel? Want ik zit hier met een doel.

De twee vrouwen hebben het met elkaar over een hotel voor asielzoekers. Ik weet niet of ik me in het gesprek mag mengen, maar ik moet ook. Want ik zit hier niet voor niks.

Omdat ze me af en toe een fractie van een seconde aankijkt, terwijl ze praat tegen haar vriendin, vraag ik iets. Ze schijnt er veel vanaf te weten. Als ze antwoord, kijkt ze haar vriendin aan.

“Elke gemeente moet een bepaald aantal vluchtelingen opnemen. Het proces blijft steken, omdat gemeentes er niet op tijd in slagen woonruimte vrij te maken. Daardoor verblijven vluchtelingen noodgedwongen langer in asielzoekerscentra.”

Luister ik hun gesprek nou af, of hebben we een gesprek?

Grensdeeltje
Als ik echt vluchtelingen binnen wil laten, moet ik iemand in mijn huis nemen. Maar dat kan ik niet.

“Een half jaar zou ik het wel kunnen. Ik ken iemand die wel achttien kamers heeft, zestien waar ze niets mee doet. Ik zal het eens tegen haar zeggen.”

Vrienden durven een voet over de grens te zetten, plagen daarmee. Maar ik ben niet meer bang dat mensen over de grens gaan. Ze doen het niet.

“Als we geen werk meer hebben, gaan we ze halen, hè? Dan gaan we naar Griekenland.”

Het mag waarschijnlijk niet eens. Vrachtwagenchauffeurs mochten ook geen lifters uit het kamp van Calais mee naar Engeland nemen.

Het is al half vijf. De tijd is ineens snel gegaan omdat er vrienden langskwamen.

Dag 2

“Ja, erg hè. Je ziet dat ( vluchtelingen op TV), en dan denk ik: ik ben blij dat ik er niet over ga.

Ze moeten dààr eens ophouden, hè?”

Ze bedoelde denk ik: met oorlog voeren.

“Ze moeten daar weer opbouwen. Niet hier blijven en hier gaan werken.”

Wanneer moeten ze dan teruggaan? Nu?

“Nee-ee.”

Schetsje: gesprek boven de tent

De eerste met wie ik vandaag wat langer praatte, luisterde vooral naar wat ik te zeggen en uit te leggen had, naar mijn ervaringen tot nog toe.

Ik dacht: ik moet beter luisteren, want hier leer ik niets van.

Hij was naast de grens op de grond gaan zitten, en zei: “Niemand gaat hier dus overheen.”

En dat was zo. Dat had ik niet verwacht.

Ik had het gebied ietsje uitgebreid. Binnen de grens voor mijn tent had ik het kussentje neergelegd. Maar toen niemand aanstalten maakte er plaats te nemen, ben ik er zelf maar weer op gaan zitten.

Opmerkingen die ik van de een krijg, leg ik soms voor aan de volgende:

“Dat kunnen ze niet aan je vragen, ze in je huis toe te laten. We leven in een individualistische maatschappij. Onze moeder nemen we ook niet in huis.”

“Je wordt niet gevraagd ze in je huis toe te laten, maar je wordt wel gevraagd ze toe te laten.”

Dat is waar. In je omgeving, je dorp.

“Ik hoef dat niet te regelen, de regering moet het in banen leiden. Het is niet mijn probleem.”

Maar ik heb het gevoel dat het wel mijn probleem is.

14:45 uur. Het is nu heel stil. Buiten is het mooi weer.

“Je moet het tentje daar zetten, dan heb je uitzicht, zit je niet zo geïsoleerd.”

Ze bedoelde bij de trap, daar kun je naar beneden kijken, het raam zien en de deur die openstaat naar de straat, en de Facetimers met Sokrates die daar zitten met hun laptop vanwege Culturele Zondag, en de suppoost.
Maar ja, dat kan natuurlijk niet zomaar. Ook hier zijn de grenzen bepaald. De indeling ligt vast.

Soms weet ik niet meer wat ‘grens’ is.

Soms is ineens alles grens.Grens klein

“Hoe gaat u reageren als iemand  hieroverheen gaat?”

Het maakt mij eigenlijk niet uit. Vooraf dacht ik dat iedereen over mijn grenzen zou gaan, maar nu merk ik dat niemand dat doet.

Ik vind het eng, maar jullie ook.

“Ik moet een reden hebben om over die grens heen te gaan. En die heb ik niet.”

Het tentje is natuurlijk te klein voor twee. En het gebied eromheen is in de expositie kleiner uitgevallen dan vooraf gepland. Maar toch, toen ik daar wel ruimte had, ging er ook niemand in.

Het tentje is meer: iets zichtbaar maken, hier gaat het over.

Ik ben invloedloos.

“Dat denk ik niet, dat u invloedloos bent. Door wat u nu doet, oefent u ook invloed uit.

We hebben het gehad over Erdohan, over erbij horen en over beïnvloeden.

“Vrouwen in Iran, ik denk dat ze niet gelukkig zijn, omdat ze een hoofddoek om moeten en niet vrij zijn te doen wat ze willen. Maar mag je beïnvloeden, ingrijpen? Willen zij dat wel?”

Ik dacht: je kunt steunen als ze een beroep op je doen.

“Maar de nee-stemmers ( tegen het referendum van Erdogan) hebben ook geen beroep op ons gedaan.”

We hadden ons allebei ingelezen naar aanleiding van de rel in Rotterdam gisteren. De nee-stemmers tegen het referendum van Erdogan werden blijkbaar opgesloten.

Zij zitten aan mijn grens en praten met me. We wisselen van gedachten.

“Als klein meisje verhuisde ik van een witte woonplaats en een witte school naar een wijk in Utrecht. De eerste dag op mijn nieuwe school zat ik tussen drie gekleurde kinderen in, waaronder een jongetje met een leren jack en een gouden ketting, het leek wel een gangster. Ik was doodsbang! Toen ik het thuis vertelde was mijn vader boos op me, want mijn ouders dachten niet zo.
Maar later is dat jongetje mijn beste vriendje geworden. De gangster bleek heel lief. En het bijzondere was, dat ik op een bepaald moment geen kleur meer zag.”

De jongen waar ze mee was, had ook een kleur, en omdat we ‘kleur’ nu expliciet als onderwerp behandelden, durfde ik naar zijn roots te vragen. Terwijl we in gesprek waren, ondertussen in mijn achterhoofd, zonder woorden, had ik me afgevraagd waar hij vandaan kwam.

Uit Arnhem.

Maar zijn ouders en voorouders kwamen uit Suriname en India.

Mensen met wie hij voor zijn werk telefonisch afsprak, waren altijd verbaasd als ze  hem zagen. (Hij  klinkt wit).

In plaats van dat mijn grens mensen buiten houdt, is het de plek waar ik met mensen in contact kom en met ze praat.

Toen ik zondag om vijf uur Kunstliefde uitstapte, rook het buiten als in Amsterdam toen ik nog maar net op kamers was. Ik voelde me rustig. Ik voelde me iets waard, niet met die woorden, maar ik voelde me anders. De afgelopen maanden was ik me steeds onzekerder gaan voelen, mislukt en gefrustreerd. ik rolde steeds verder de berg af en dacht dat ik nooit meer terug kon.