De opening

Ik zag als een berg op tegen de opening. Vrijdag, de dag ervoor, drentelde ik rond in Kunstliefde met de bedoeling er vast een beetje te bivakkeren.

De galerie kreeg een laatste schoonmaakbeurt. Ik zag hoe een vrijwilligster met een stofzuiger voorzichtig langs de grens zoog, tot hij in de stofzuigermond verdween. Ze schrok, begon hard aan de grens te trekken. Gelukkig kwam hij los. Toen het gevaar geweken was, keek ze schielijk achterom.

Laat daar nou net de maker van dit werk staan.

De eerste die mij aansprak tijdens de opening was een man die met mij deelde, hoe hij zojuist zijn grens nog had moeten afbakenen, omdat iemand maar op hem in bleef praten, ook toen hij duidelijk had gemaakt weer verder te willen. Om hem te stoppen had hij het een stuk onaardiger moeten zeggen.

“Ik mag hier niet in,” concludeerde een mevrouw voor mijn grens.
Ik haalde mijn schouders op, want zo moeilijk doe ik er niet over.
“Nou, we zullen er niet overheen gaan, hoor.”

Niemand doet een poging mijn gebreide grens te overschrijden. Alleen de schoonmaakster van gisteren, die ook nog naar de opening kwam, tartte: ‘En als ik zo doe, en zo?’ Met haar voet schoof ze de grens naar mij toe.

Ik duwde hem naar de zijkant weg. ‘Dan maak ik hem hier groter.’

Zij was het enige brutaaltje.

Naast de tent heb ik een A4 met een korte uitleg liggen. Ik heb er later thee overheen gegooid, maar dit was ongeveer de strekking:

Ik wil alle vluchtelingen binnen laten, maar niet in mijn huis. Dat is mijn probleem. Nu onderzoek ik mijn grens.

Mensen kunnen blijven staan om het te lezen, zonder dat ik hen kan zien. Maar ik zie hun voeten. Als ik denk: nu hebben ze het wel gelezen, kijk om het hoekje. Ik moet zelf contact maken, want zij schijnen het net zo eng te vinden als ik, dat ik daar zit.

“Dat  kunnen ze ook niet van je vragen, dat je ze in huis neemt. Dat is voor hen ook niet goed. Ze moeten iets voor hen bouwen.”


“Ik zit er ook mee. Ik wist ook niet wat ik kon doen. Maar wij zijn aan het ontspullen, en mijn man kende een Syrisch gezin aan wie we alles hebben gegeven. Ze waren heel blij, ze gingen heel voorzichtig met de spullen om, pakten alles zorgvuldig in. ”

Toen ik uren na de opening naar huis fietste, ik had nog wat gedronken en het was inmiddels 23:00 uur, werd ik gepasseerd door auto’s met Turkse vlaggen uit de ramen, luid toeterend.

Is er een voetbalwedstrijd geweest?

Thuis zag ik op TV dat een Turkse minister over onze grens was gekomen zonder toestemming. Zij werd omsingeld door zwaar bewapende politieagenten. Zij is terug over de grens gezet.

Groots thema

Het feit dat vluchtelingen aan de grens stonden, of verdronken onderweg hierheen, dat ze op de vlucht waren voor marteling en verkrachting, en dat wij moeite hadden plaats voor ze in te ruimen, bang dat ze ons van deze plek zouden verdringen, daar zat ik erg mee. Ik had het gevoel dat ik iets moest doen, maar ik voelde me ook machteloos.

En het is nog steeds gaande.

Toen ik hoorde dat het thema van de komende ledententoonstelling ‘Grens’ zou worden, zag ik eerst alleen een rood-witte scheidingslijn voor me. Een streep die je trekt tussen het een en het andere, de een en de ander, tussen gebieden, om jezelf heen. Vaak is het geen zichtbare lijn, hij is afgesproken, hij is voelbaar.

Grootse thema’s breng ik graag terug tot zijn meest lullige vorm. De meest lullige vorm is voor mij de essentie. Tegelijk is het een ontzenuwing. Het vingerbreien heb ik geleerd toen ik op een buitenschoolse opvang werkte. Het leek me een geschikt medium voor het weergeven van de tastbare grens, waar ik nu zelf achter zit.

Grens

Mijn thematiek past bij het thema van de tentoonstelling. Ik ben niet goed in het bewaken van mijn grenzen. Ik ben enigszins mensenschuw, ik houd me afzijdig, verstop me soms. Of ik laat mijn grenzen overschrijden. Daartussen is het schipperen.

Tonen – zien – gezien worden – verbergen, ik heb me daar in mijn werk al op allerlei manieren mee beziggehouden. Grenstentje is weer een variatie op het thema.

In de tentoonstelling uit ik mijn thematiek naar de bezoekers. In het tentje verstop ik me, maar tegelijkertijd laat ik me zien. Ik heb mezelf ingezet als werk. Ik wil dat het thema door mij heen gaat.

Misschien leer ik er iets van, misschien hebben anderen er ook iets aan. Ik zit daar met mijn onmacht, mijn gebrek aan middelen, mijn onzekerheid. Ik ben gaan zitten. En nu maar kijken wat er gebeurt.

Grenstentje tijdens de opening

Foto’s: Henriëtte Santing

Nieuwste tentje

Ik heb meerdere tentjes gemaakt in aanloop naar de tentoonstelling.
Mijn laatste tentje leek meer op een huis, een huisje boompje beestje burgertentje. Ik denk door de invloed van de verkiezingstijd .

Er klinkt steeds dat we  Nederland moeten houden zoals het is. Jezelf als ‘Nederlander’ zien, is echt iets van de laatste tijd. Een Nederlander is iets smals, een eenheidsworst. Hierdoor kun je je als Nederlander onderscheiden van anderen.

Crisis

Het burgertentje werd door de tentoonstellingscommissie afgewezen. Vanwege burgerlijkheid.

Snel moest ik het nette tentje weer ombouwen tot nomadentent. De gevingerbreide grens vonden de commissieleden overbodig. Ik heb mijn gebied verkleind, en de grens vlak langs de tent gelegd.

Het was geen goede start. Mijn inbreng week toch al af van de rest, ik wilde het hele project afblazen. Maar ik was maanden geleden aan het project begonnen, als ik hier geen tent zou zetten, wist ik niet waar dan.

Crisis doorleefd en toch gaan zitten.

Grenstentje

Er zijn mensen op reis uit gruwelijke omstandigheden, om in ons land een toevlucht te vinden. Ze staan te trappelen voor de grenzen. Ik vind dat we ze binnen moeten laten. Maar de regering bepaalt. Die moet het werkbaar maken, en laat een selecte groep binnen.

Thuis ben ik de regering. Er woont geen vluchteling bij mij in huis. Dat is mijn probleem. Ik laat vluchtelingen buiten in de vrieskou staan, mannen, vrouwen en zelfs kinderen. Ik zou niet weten hoe ik het uit moest houden met een of meer vluchtelingen in huis. Ik vind het al moeilijk als een vriendin bij mij logeert.

Ik zou me de hele tijd bekeken en bekritiseerd voelen en niet mijn eigen ruimte weten in te nemen.

Ik ben bang dat ze me tot de rand toe vullen met hun verhalen. Ik ben bang dat ze willen dat ik dingen voor ze doe die ik niet kan. Ik ben bang dat er geen tijd over blijft voor mij. Ik ben bang dat ze me stom vinden.