Foto’s eerste helft van het kleed





Eerste helft gespeeld.
Ik heb mezelf omgetrokken op het patroonpapier waar het tentje al in afgetekend (en uitgeknipt) was.
Naarmate ik verder vorderde met het kleed, vorderde ik verder met het silhouet vanaf de voeten onderweg naar het hoofd, en steeds knipte ik de omtrek van de figuur iets verder uit. Door het patroonpapier tegen het kleed aan te leggen, wist ik zo’n beetje waar de stukjes wol langer en weer korter moesten worden.


Als gevolg van het werkproces ligt het hele voorbeeld inmiddels aan flarden.
Nog een klein stukje, het hoofd zit er bijna op. Later als het hele kleed af is, ga ik nog eens bekijken of ik het silhouet erin houd. Het was niet het originele plan.


kartonnen hoofd als voorbeeld
Inmiddels is het 22 september. Het hoofd zit er al op en ook al een stukje daarboven. De twee helften van het kleed heb ik een keer bij elkaar gehouden om te zien of beide delen elkaar nog spiegelen, een beetje op elkaar aansluiten. Gelukkig bleek dat het geval!
Een foutje is gauw gemaakt. Soms herstel ik mijn fouten, maar soms is het te laat, dan moet ik teveel gedaan werk teniet doen. Laat het dan maar zitten. Op zo’n groot kleed valt een klein foutje niet op. Het is ook een wild kleed. Een variatie is natuurlijk. Niet meer dan menselijk.
Voorbeeldje:

jute draden zitten gedraaid

inslag over gedraaide draden

nieuwe regel wollen knopen
Ik weet niet eens meer hoe het kwam. Ik had me vergist in een volgorde van weven en knopen, of in die van voorste of achterste draden weven. Nou ja, maakt niet uit, het zit nu weer goed.
13 januari 2026
Gestaag doorwerkende, dag na dag, week na week, zag ik hoe een silhouet groeide op mijn tapijt, op mijn kunstmatige, zelf vervaardigde grasmat, op het kale, gele stuk waar de tent gestaan had. Op ‘mijn’ kant, de rechter, had ik het kaal gelaten. Op de andere helft, waar zij ooit, inmiddels heel lang geleden, gelegen had, daar groeide in het kale stuk een afdruk, niet een moet, maar juist waar het dode gras weer iets was opgegroeid, net zo geel, maar iets hoger, een mensvorm, een silhouet. Ik was bij de elleboog, ik werk van onder naar boven, kleine gele wollen draadjes die omhoog steken, als de herinnering die doorgroeit, even dood, maar zichtbaar.
Ineens zag ik de schakel met mijn overige werk: de silhouetten die ik eerder geschilderd heb. Die hangen in het trapgat, en aan de wanden van mijn huis, in olieverf, acryl, aquarel. Nu hoort alles weer bij elkaar. Frappant. Dat had ik niet aan zien komen.
Ik had te weinig jute bij nader inzien, dus nieuwe klossen besteld. Dat betekent ook: opnieuw wassen, eerst met wasmiddel, nog een keer wassen, maar dan met soda ash, nog een keer wassen met soda ash, om alle vet eruit te krijgen (er komt bruin water vanaf), dan beitsen, dan verven met reseda. Het resultaat van al dat werk en de gele verfplanten is minimaal. En weer vraag ik me af: ben ik gek dat ik al die moeite doe, voor het idee dat ik alles aangeraakt moet hebben, elke cel van dit werk, alles moet bewust door mijn handen zijn gegaan. Overal moet aandacht aan besteed zijn.

Voor de wol is het natuurlijk hetzelfde. Ik raakte weer aan het einde van mijn voorraad, de laatste voorraad kwam van een scheerder, in Amstelveen waar ik ook vaak moest zijn (inmiddels niet meer). Het leek me het beste om terug te keren naar mijn eerste leverancier, boer van Dijk in Bunnik op Hofstede Rhijnauwen. Op een middag zag ik zijn dochter achter de boerderij, toen ik er appels kocht bij hun onbemande kraam buiten. Ik voel een enorme drempel om zo’n erf op te stappen, want het is hun privéterrein en wat hebben zij er voor belang bij als ik die wol afneem, het bezorgt ze eerder last. Zo denk ik dan. Maar goed, toch erop afgestapt. Ja, ze hadden ook weer witte schapen, ja, ze zou het haar vader vragen. Super! Bedankt! Ik was al bang dat ik zonder kwam te zitten.
De lente brak aan, het werd warmer. Ik zag al meerdere kuddes met kaalgeschoren dieren. Maar ik had nog niets gehoord. Toevallig zag ik de boer zelf een keer net zijn weiland uitkomen. Ja, hij wist van mijn vraag. Maar de scheerder had nog geen tijd. Hij zou mij bellen zodra het zover was. Het werd warmer, het werd zelfs snikheet. Ik dacht: die beesten bezwijken als ze nu nog niet geschoren zijn. Dus nam ik aan dat de boer mij vergeten was, of mijn nummer kwijt misschien.
Een zaterdag, Weer haalde ik appels op zijn erf, en warempel, daar zat hij zelf, op een bankje achter de boerderij. Een boer zit niet vaak. Ik nam mijn natuurlijke drempel.
Maandag! zei de boer.
Twee zakken wol rijker fietste ik die week erna naar huis. Mooie wol. Heel wat beter dan de restjes waar ik me op het laatst van bediend had.
Dus ook dat weer wassen: in heet water, dan wassen in shampoo. En al dat wassen betekent ook tussendoor spoelen, spoelen, spoelen… Om maar niet te spreken van het kammen, spinnen en twijnen. Afijn er is weer een voorraadje.

24 augustus 2025.
Op mijn verjaardag had ik dit keer een paar mensen uitgenodigd. Ze vroegen (als zo vaak): Hoe is het met het kleed? En toen: Mogen we het zien? Ik nam ze mee naar boven. Dit is de ene helft, zei ik, en lichtte het laken op waaronder het hangt, aan de ene kant van de kamer. Het hangt aan een rek dat tegen de wand aan staat, beschermd voor het licht en hopelijk tegen de motten. Zal het geheel verbleekt zijn tegen de tijd dat het af, eindelijk af is?

Kan niemand je helpen? Vroegen ze. Omdat ik vertelde dat het zo langzaam ging. Ik zei dat dat niet ging. Er kan er maar één tegelijk aan werken. Het moet draadje voor draadje, van links naar rechts, en van rechts naar links, regel voor regel. Je kunt nooit tegelijk werken, niet van boven naar beneden, of van onder naar boven, omdat het kleed tegelijkertijd ook geweven wordt: twee draden jute, dan al die knoopjes wol, dan weer twee draden jute, dan weer al die stukjes wol. Ze beseften hoe langzaam, millimeter voor millimeter. Maar toch willen ze net als ik dat het sneller gaat, en ze deden allerlei suggesties.
Het is gekkenwerk. Hoe snel ik ook wil, het kan niet vlugger en het gaat niet vlugger. Ik kan er niet meer mee stoppen. Als ik nu stop zijn al die jaren, is al het werk, voor niets geweest.
Ik schaam me ervoor hoe lang het duurt. Wie doet nou zoiets?

Bij deze de stand van zaken. Het kwam er even (ongeveer een jaar) niet van om ook het blog nog eens bij te houden. Ja, ja, ik ben nog steeds bezig. Ben op dit moment ongeveer op een derde, of een kwart misschien, haha, van de tweede helft. Aan de achterkant zit nog zo’n stuk.
De eerste helft staat geduldig aan de andere kant van de kamer onder een beschermend lakentje te wachten op zijn (haar?) wederhelft, en uit frustratie langzaam te verschieten.

Gewoon rustig doorwerken. Sneller gaat het toch niet.
op zes april van dit jaar. Er wordt weer geknoopt.

Kijk hier voor foto’s van de eerste helft.
Had ik eindelijk het nieuwe weefraam in elkaar, was ik eindelijk begonnen aan de schering, had ik eindelijk, eindelijk de ophaler in orde – van te voren dacht ik: hoe heb ik het eigenlijk de eerste keer gedaan (??), had ik eindelijk de eerste inslagen gemaakt van links naar rechts, van rechts naar links. Er waren steeds onderbrekingen, ik moest steeds stappen terug.
Toen de schering er op zat, één lange draad in 568 windingen, ontdekte ik twee fouten, en later nog een derde! Drie keer had ik de draad verkeerdom gewikkeld, bovenlangs in plaats van onderlangs (of andersom). Daar zitten ze dus gekruist. Moet het nu weer helemaal over? Ben ik dan nog geen stap verder? Of kan ik de fouten herstellen zonder het hele proces terug te draaien? Met het risico dat de lange draad, iets van 1850 meter(!), door de war raakt, in de knoop komt?
Ik heb het risico genomen, het is goed afgelopen.
Drempel, drempel… Had ik me er eindelijk toe gezet de ophaler in orde te maken, dat wil zeggen: ik had alle draden die in de oneven regel boven moeten komen te liggen door middel van lussen met de ophaler verbonden.
Ik weef 2 om 2: twee horizontale draden weef ik eerst onder dan boven twee verticale langs (zie afbeelding). Met een stok kan ik de
even paren boven halen. Met een andere stok, de ophaler, trek ik de oneven paren omhoog. De oneven paren hangen in lussen aan de ophaler. Die lussen zijn nodig, zodat er ruimte is om te weven als ik de stok omhoog trek die de even paren draagt.
Bij de eerste helft van het kleed waren de lussen niet allemaal even lang, en de helft van de lussen had ik van iets dikker koord gemaakt, omdat het dunne op was. Er zit meer dan 30 meter koord in die rij lussen, aan één klosje had ik niet genoeg. De dikkere lussen bleven kleven aan de schering en het was elke keer een heel karwei om alle oneven paren boven te krijgen voor ik aan de volgende inslag kon beginnen.
Het naar boven trekken van de ophaler, het langdurig optillen terwijl ik de paren losmaakte, kon weleens mede debet zijn aan mijn overbelaste schouderspier.
Ik had de ophaler nu weer net zo gemaakt, maar toen ik klaar was, hield ik twijfels. Uiteindelijk heb ik toch alles er weer af gehaald, dunner koord gekocht, dit zo glad mogelijk aan het andere stuk koord vastgenaaid (i.p.v. met een knoopje, zoals in de eerste versie), dit alles ook om zo min mogelijk slijtage te veroorzaken aan de schering, waar de lussen telkens weer langs schuren. Ik heb de ophaler toen op een andere manier omwikkeld, om één stok in plaats van twee stokken, en met een lat ertussen om dezelfde maat aan te houden. Het resultaat is dat de ophaler nu lichter is en soepeler loopt. Dat wel.



Ik was zelfs al begonnen met weven, de eerste rand, in sumakh. De schering stond al heel strak en trok hard aan de bomen waar hij omheen gewikkeld was. Toen heb ik, terwijl het raam ingespannen was, aan weerszijden nog gaten bij geboord en de onderste haak waar de boom in ligt iets naar boven verplaatst. Ook niet zonder risico! Een heel gedoe, maar wel gelukt.

Nu kan ik dus verder. Ik kan gaan knopen. Ik zou nu geen drempel meer hoeven voelen. Ik kan nu gewoon aan het werk. De voorbereidingen zijn klaar.
Maar toch voel ik nog steeds die drempel, ik stel uit, doe andere klussen, schrijf dit op.
17 maart 2023
Tweede helft
Daar gaan we weer! Het nieuwe raam gaat ingespannen worden met de schering. Ik zat ertegenaan te hikken, want het is weer het begin van een paar jaar werk. Maar er zijn genoeg bolletjes jute geverfd, het patroon voor de linkerkant van het kleed ligt eronder. Gaan dan maar!


Ik dacht dat ik 556 wikkelingen had gemaakt in de eerste helft, maar nu ik de draden nog eens tel en over tel, blijken het er 568! De doorgeknipte draden aan de uiteinden van de eerste helft van het kleed zijn per vier bij elkaar geknoopt. De berekening maak ik, zoals mijn slechte gewoonte is, natuurlijk op een of ander blaadje dat toevallig in de buurt ligt, klaar om het weer kwijt te raken.

De bolletjes jute liggen (gewassen, gebeitst, geverfd) netjes opgerold klaar. Er waren tussendoor nog heel veel overwegingen, obstakels en oponthoudjes waar ik niemand mee vervelen wil. Het begin is er (weer).