Zo spin ik

Ik spin nu meestal uit de ruwe vacht, tenzij de wol in kleine stukjes uiteen valt, dan kaard ik het eerst. Ik wil zoveel mogelijk van de vacht gebruiken.

Onregelmatige draden wol, dik, dun, met pluizen en verdikkingen, dat past het beste bij het doel dat ik heb, dus zo spin ik. Het hoeft… het mag geen gelijkmatig draadje zijn. Denk aan grasland. Het bestaat uit grassprieten en -sprietjes en her en der het blad van een ander soort plant.

Ik hou van het soort geheel dat gevormd wordt door verschillen. Als ik de wol verf krijg ik nooit dezelfde kleur, dat komt dan mooi uit.

Wil je op de hoogte blijven? Abonneer je dan op feeds. Dat kan door je e-mailadres op te geven aan de rechterkant op de contactpagina.

Gesponnen en soms geverfd

Gesponnen wol in strengen en een bol, geel en witDit is de wol die ik gesponnen heb, niet veel, maar het begin is er. Het zal nu steeds vlotter gaan. Een deel heb ik geverfd om te zien hoe dat uitpakte. Het praktischer om alles eerst te spinnen, dan pas te verven. Verven houdt namelijk een risico van vervilting in. Als alle wol gesponnen is, heb ik altijd genoeg wol op voorraad om een verfbad helemaal uit te kunnen melken.

Beginnen met spinnen

Het Louët Spinnewiel heeft het gewonnen van het Hako Creatief wiel. Ik heb hem voorzien van een nieuwe snaar en leertje, het is even oefenen om gevoel te krijgen voor de juiste afstelling van het een en ander, mijn voetgetrap, mijn handen, het leertje. Het hele spinnen is een kwestie van gevoel. Mijn juf vond mij nogal lomp, maar ze geloofde er in dat ik het onder de knie zou krijgen. ‘Iedereen kan het, het zit in ons DNA,’ waren haar opbeurende woorden. Ik ontdekte vlak daarna dat generaties voorouders van mij uit Veenendaal komen, lange tijd het wolhart van Nederland. Heel Veenendaal kamde, kaardde en spon. Dus nu geloof ik er maar in, ik ga gewoon stug door.

Verven in pluimensoep

Door een stuk kaasdoek heen, heb de rietpluimensoep ( minus de pluimen) afgegoten naar een andere pan.

Rode pluimensoep

De met aluin voorgebeitste wol verwarm ik in de dieprode bouillon, het ruikt heerlijk, naar een soort zoete wijn, glühwein, gemixt met appelmoes.

Zie je wel, het wordt rood, denk ik elke keer als ik in de pan kijk. Maar als ik de wol uit het bad til en het rode water sijpelt eruit, zie ik dat er groen onder zit. Wonderbaarlijk!