Half kleed buiten

Half kleed buiten gefotografeerd

Sinds 29 september, een maand geleden, toen eindelijk de eerste helft van het kleed af kwam, maak ik me al druk over de volgende stap: het buiten met goed licht fotograferen. Het lijkt maanden, als je bedenkt hoe ik opzag tegen dit deelproject. Ik moest ervoor naar buiten treden met waar ik al die tijd in het tamelijk ongeziene aan werkte.

Ik had een interessante locatie op het oog, maar de weg daarheen is alleen voor bestemmingsverkeer. Mag ik mij daar onder rekenen? Mijn bestemming is een mooie plek voor een foto, waar je niet mag parkeren. En ging ik daar dan toch mijn auto neerzetten? Wat als er net een boswachter aan kwam, een orderbewaarder, een toezichthouder, die had vast geen begrip voor zo’n verlegen kunstenaar. En dit waren maar een paar overwegingen, onder zoveel obstakels die in mijn hoofd een berg vormden.

Vanochtend, het stormde, het regende niet, de zon scheen, het is nu of nooit! Ik kwam in actie.

Ik sprong over de heg, hup, afdekzeil ook over de heg, kleed in opgerolde staat erover, hup, hup, hup. Niet aarzelen, gaan! Zeil uitspreiden, kleed uitrollen.

Achter het huis ligt de rivier de Kromme Rijn, aan een veldje. Eén hond op afstand moeten en weten te houden, enkele pissebedden… Aan sommige bladeren oogluikend toegang verschaft, die kwamen even aanwaaien. Eén buurman verantwoording afgelegd over wat ik aan het doen was. Waarom ik toch zo beschaamd ben als ik me met mijn werk in de wereld vertoon… verrekte lastig struikelblok. Afijn, de foto’s!

Daar ligt het, nog steeds niet superscherp… Ik beloof, als het helemaal af is, dan zal ik alle obstakels, in en buiten mezelf, met heldenmoed te lijf gaan, en overwinnen! Nietsontziend zal ik mijn weg banen naar mijn enige doel, doortastend, goed voorbereid, en met versterking van anderen. Dan zal ik in het bos van Amelisweerd een fotosessie op touw zetten.

Half kleed buiten gefotografeerd

compilatie

Compilatie

Compilatie van twee kwarten tot een helft

Hier zie je voor- en achterkant van het weefraam. Het papier is patroonpapier, en hangt daar om voor mij de vorm en grootte van de tentafdruk aan te geven als ik aan het werk ben.

het kleed voor- en achterop het weefraam

Hieronder heb ik de twee kanten (kwarten van het uiteindelijke kleed) in een beeld bij elkaar ‘geshopt’, er is wel een stukje tussenuit, maar den krijg je vast een idee van de rechterhelft van het tapijt.

compilatie

 

Paraná de las Palmas

In de serie werken van anderen:

‘Paraná de las Palmas’ van Alexandra Kehayoglou
2021, wol (handgetuft), 1220 x 400 x 4cm

Gezien in Kunsthal Kade in Amersfoort tijdens de tentoonstelling Schurend Paradijs.

Paraná de las Palmas

kaartje bij de tentoonstelling

(Van de website van Kunsthal Kade:) Het werk van Alexandra Kehayoglou brengt ons in verbinding met verdwijnende landschappen. De kunstenaar verbeeldt in de vorm van enorme tapijten stukken natuur die door mensen bedreigd worden, en presenteert deze in hun pure, ongerepte vorm. Kehayoglou’s tapijten zijn haar vorm van activisme, door de focus te leggen op verhalen en details binnen de natuur hoopt de kunstenaar een groter ecologisch bewustzijn te creëren.

Beschrijving en uitleg kunstwerk

Haar werk is maatschappelijk geëngageerd, of liever: natuurlijk geëngageerd, geëngageerd in ieder geval. Mijn werk is dat niet, omdat het uitgaat van een persoonlijk thema, hoewel dat voor anderen ook betekenis kan hebben.

De techniek verschilt ook, tuften is iets anders dan knopen, het gebeurt met een  machientje dat je met de hand bedient.

Paraná de las Palmas

Detail:

Paraná de las Palmas, detail

 

Kunst die er op lijkt

Afgelopen zomer in het Kröller Muller zag ik kunst die iets gemeenschappelijk heeft met mijn kleed. Je kunt de ijzeren platen zien als uitsparingen in het gras. Dit was het bijschrift:

Jullieta Aranda (1975, Mexico stad, Mexico).
Time will tell: an unreadable script takes shape and then distroys Itself.

Werk van Jullieta Aranda, ijzeren platen in het gras

 

De bedoeling van dit sculptuur was dat het gedurende het jaar vol zou groeien met mossen en varens. Ik weet niet of het gelukt is, ik ben niet er daarna nog niet geweest.

‘Jullieta Aranda’s beelden bestaan buiten de grenzen van het object en worden gekenmerkt door de strijd van het vangen van ongrijpbare concepten zoals tijd, circulatie en verbeelding. Haar installaties en tijdelijke projecten, die vaak sociale interacties onderzoeken en de rol die de circulatie van objecten speelt in de cycli van productie en consumptie, zijn intens-site-specifiek. Veel van haar werk neemt het concept van de tijd in beslag, soms om alternatieve noties van de temporele ervaring te overwegen, en andere keren om de willekeurige tijd en vrijheid van tijd te benaderen.’

Bovenstaande heb ik van wikipedia. Het is meteen een voorbeeld van hoe onduidelijk je iets kunt uitleggen.

Boetedoening

Boetedoening

Eigenlijk is dit beeld, deze plek die ik maak, voor twee mensen, die er niet meer zijn.

Terwijl ik bezig ben, dag na dag na dag, en nauwelijks voortschrijd, denk ik erover na.

Vaak luister ik podcasts en leid mezelf af, maak van de gelegenheid gebruik nog iets te leren, veel over boeken en schrijven en schrijvers, soms over ideeën, politiek, niet vaak over beeldende kunst trouwens, daarover valt niet zoveel te praten. Tegelijkertijd zijn mijn handen bij elke handeling aanwezig, bij elke knoop, in elke vierkante millimeter, bij elke jute draad die van links naar rechts gaat, van rechts naar links.

Feel good movies

Er zijn van die films, feel good movies, waarin de dode terugkeert naar zijn eigen leven om nog iets recht te zetten of om degene die achtergebleven is op weg te helpen in het nieuwe bestaan zònder, net zolang tot die het alleen kan. Ze nemen postuum afscheid. Het is heel bevredigend, zo’n film, zo’n sprookje.

Als er iets is wat de dood niet kan is het juist dat. De essentie, de enige en ware betekenis van dood, is dat alles vastligt, verstart, er kan niet meer aan gemorreld worden. Maar iets in me blijft dat ontkennen, in me beweegt iets steeds in tegenovergestelde richting. Misschien dat die drijfveer in mij deze plek creëert, me met een karwei heeft opgezadeld dat me steeds meer moeite geeft, me achterna jaagt.
De open plek op het kleed, op de grasmat, op aarde, ik houd die plek vrij, ik spreid mijn vangnet, ik lok ze, ik zeg ‘spring dan’, hier is plek, je plek naast mij. Ik zal beter voor je zorgen.

De dode vriend

Ik ben met de rechterkant van het vloerkleed bezig, de rechterhelft, dat is mijn helft. Dat is nog niet eens hun helft. Die andere kant, waar ik na deze opnieuw een paar jaar door gegijzeld zal worden, dat is hun kant, de kant voor de dode vriend, voor de dode geliefde. Of moet ik zeggen: de kant van de dode vriend, van de dode geliefde?
Ik zal die kant mooier maken, het hoewel gele gras zal er hoger staan, terwijl ik op de harde vloer ernaast lig.