Groene jute en gele wol. De jute zal de basis vormen van het grasvloerkleed. De jute wordt geweven, de wol wordt erin geknoopt.

Groene jute en gele wol. De jute zal de basis vormen van het grasvloerkleed. De jute wordt geweven, de wol wordt erin geknoopt.

De wol moet groener worden. Ik maak groen met geel en blauw. Maar na een verfbad met stinkende gouwe was de wol beige in plaats van geel. Dat ga ik dus niet meer gebruiken. Na een vervolgbad met indigo werd de wol toch nog groen, maar een blauwig groen, een koele tint. Ook niet de bedoeling.
Na een derde verfbad, van reseda, heb ik tot mijn vreugde alsnog onderstaande warme groene kleur gekregen.
Tot nog toe is er niets mislukt…
Laten we hopen dat het zo blijft, het is (naast een langdurig) een spannend proces.

De wol hieronder had ik met een andere plant geverfd, een plant uit mijn eigen tuin waarvan iemand me had verteld dat die ook geel zou geven. De plant heet stinkende gouwe. Bij mij werd het in ieder geval niet geel, maar beige. Bij de jute had ik pas ontdekt dat uit bruin ook nog wel eens een goede groen tevoorschijn te toveren valt. Ik heb de strengen beige wol in de indigo gedompeld. En jawel: groen!
Maar ik ben nog niet tevreden. Dit groen is me nog te blauwig.

Dit is wat ik wil:

Het is een keer gelukt, dus ik ga het weer proberen. Ik doe de wol opnieuw in een resedabad.
Deze jute had ik eerder geel gekleurd met reseda. Nu ik mijn indigovat klaar had, kon ik ze daar achter elkaar in dompelen. Ineens had ik een razendsnel resultaat, vergeleken bij de arbeidsintensieve, langzame processen hieraan vooraf.

100 gram jute weer 2 uur gewassen (met wasmiddel), 2 uur gewassen ( in de soda ash), weer gebeitst in aluin (2 uur), toen in een reseda-bad aangevuld met rode uienschillen.
Het hele proces met regenwater halen, water opwarmen, af laten koelen – het garen mag niet maar zo van heet naar koud en van koud in heet gegooid worden – materialen afwegen, verbad maken, spoelen, drogen, je bent zo weer een paar dagen verder.
Een veel overtuigender groen dan mijn eerste proef met reseda en daarna indigo.
Het fotograferen van groen is niet te doen, ik werk de kleuren bij in Photoshop om ze zoveel mogelijk op de werkelijkheid te laten lijken. In de werkelijkheid zijn kleuren natuurlijk ook niet altijd hetzelfde, ze zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het soort licht.

In de zomer had ik enkele strengen van mijn met reseda en rietpluimen geverfde wol wekenlang in de volle zon in het raamkozijn gelegd, voor de helft afgedekt, om de lichtechtheid te testen. Dit was de lichtechtheidsproef. Het rietpluimengeel was nauwelijks aangetast, het rietpluimengroen was wel iets aangetast, de reseda ook een beetje.
Al met al vond ik het resultaat niet schrikbarend. Volle zon is voor geen enkele kleur goed. Het uiteindelijke vloerkleed komt natuurlijk niet in de volle zon te liggen. Het groen in het gehele kleed zal ik maar voor een klein deel uit rietpluimen trekken. Het grootste deel zal van de indigo komen, en indigo is lichtvast (hoewel niet slijtvast). Wat de reseda betreft: deze wol was in een tweede verfbad gekleurd, dat bad was dus al een keer gebruikt, ik zal het voortaan altijd in het eerste intense bad verven.
Conclusie: dat groen is wel een puntje.
Deze overdenking is het gevolg van de formules die ik tegenkom bij het bereiden van een verfbad van indigo, bij voorbeeld gebluste kalk: Ca(OH)2
Ik denk dat in scheikunde alles verbonden is. Als je iets leert, leer je altijd maar een stukje, omdat veel onderdelen in de uitleg nog duister zijn, waardoor je het geheel niet snapt, en daardoor begrijp je de uitleg van dat stukje ook niet. Pas als je alle stukjes hebt geleerd, begin je iets van het geheel, dus van de andere stukjes te begrijpen. Daarom zou je tevreden moeten zijn als je iets leert wat je niet snapt, en geduld hebben.
Ik heb eigenlijk nooit geweten wat scheikunde was, dat overkoepelende begrip, dat zei me al niets. Nu lees ik op Wikipedia dat scheikunde de samenstelling en bouw van stoffen bestudeert en de chemische veranderingen die plaatsvinden onder bepaalde omstandigheden. Als je het zo bekijkt gaat scheikunde over alles om ons heen. Dat is toch heel interessant.

Ik heb er nu twee workshops over gevolgd, en vandaag nog heel veel gegoogled, want ik zag er tegenop, ik dacht dat het zou mislukken. Ik word onzeker door de scheikundige formules, ik wil alles snappen, maar ik haalde dat ene jaar dat ik ooit aan scheikundelessen onderworpen ben, als hoogste cijfer een 4. Hadden ze het me maar geleerd als een praktisch onderdeel van iets, zoiets als: wol verven.
Ik had ook dit boek nog gekocht

Daar staan wel drie recepten voor indigo in.
Uiteindelijk kwam ik tot mijn
vruchtensuiker (fructose): 180 Lees verder
Eind augustus volg ik een speciale Indigo workshop bij de Textielfabrique in Rotterdam.

Om groen te verven zal ik mijn geel geverfde wol en jute blauw moeten nabewerken. Verven met indigo is een heel ander proces dan even een soepje trekken en de wol erin leggen.
Het is meer een chemisch proces. Het lijkt me moeilijk en daarom vind ik het eng. Ik wide het eerst nog eens live zien gebeuren, het maken van het bad en het verven. Met de kennis die ik inmiddels heb verworven door het geel verven, kan ik het misschien beter plaatsen.

Ik mis ook nog wat spullen. Na veel dubben over afmetingen en prijs en gebruikt of ongebruikt en op het net zoeken, heb ik een tonnetje van 30 liter inhoud laten bezorgen, is hergebruik maar schoon.
Gearriveerd!
De witte wol heb ik geverfd met rietpluimen. Het resultaat is elke keer iets anders, hier is de kleur felgeel. In het verse verfbad is de kans op groen verven het grootst. Daarna wordt het geel. Ook jonge pluimen hebben de grootste kans op het afgeven van een groene kleur, later wordt het eerder geel, en op het laatst zelfs bruin.
Het bijzonderste is dat de pluimen rood zijn, het verfbad is rood van kleur, maar het resultaat geel (of groen)!

Het bad getrokken uit 400 gram rietpluimen gebruik ik een aantal keren met nieuwe ongeverfde wol, de kleur wordt steeds lichter, maar de intensiteit blijft, het is bijna fluoriserend.
De wol hieronder is gekaard, maar nog niet gesponnen. Ik probeer uit hoe het zit met het vervilten van wol en in welke vorm ik de meeste kleur aan de wol weet te hechten.

Ik ga voortaan toch eerst spinnen en dan pas verven, dan heb ik minder kans op vervilten en voor de kleuring maakt het geloof ik toch niet uit.